OVER ONS | CONTACTGEGEVENS | SITEMAP

Geschiedenis Terrazzo

De techniek is enkele honderden jaren oud. Vijftiende-eeuwse Venetiaanse arbeiders vonden een nieuwe praktische toepassing voor afgekeurd restmateriaal uit de marmergroeve. Ze gebruikten het om de terrassen rond hun huizen te plaveien. Terrazzo is ontstaan in Italië bij de bouw van kerken, waarbij veel marmer en graniet werd gebruikt. Het restmateriaal stortte men in de betonnen vloeren. Als op de vloeren veel gelopen werd, raakten ze als het ware gepolijst, waardoor de kleine stukjes graniet en marmer zichtbaar werden. Men vond dit zo mooi dat men er ook andere producten van ging maken.De ongelijke, grillige brokken marmer werden in klei gedrukt om ze te verankeren. Met platte stenen begonnen ze vervolgens de oneffenheden weg te slijpen. Later werd een speciaal gereedschap, de Galera uitgevonden, waardoor de arbeiders rechtop konden staan bij het polijsten. De Galera bestond uit een lange steel met een verzwaard eind, waaraan de slijpsteen was bevestigd.Hiermee konden zij ook beter gebruikmaken van hun lichaamsgewicht.Het resultaat was echter een oppervlak met een bleek, dof uiterlijk. Later ontdekten de arbeiders dat geitenmelk de marmerkleur en glans goed naar boven bracht. Tegenwoordig wordt terrazzo machinaal geslepen en gepolijst.


De oorsprong van het huidige terrazzowerk begint bij de eerste mozaïeken

De oorsprong van het huidige terrazzowerk begint bij de eerste mozaïeken. Mozaïek is een eeuwenoude ambachtelijke kunst, waarbij verschillende groottes steen, glas of marmer werden ingelegd. In een omstreeks 1600 voor Christus door Chaldeeërs gebouwd paleis werden al wandversieringen van mozaïek aangetroffen. Door veroveringstochten, waar onder meer de bij ons bekende Alexander de Grote aan mee deed, werd de mozaïekkunst rond 325 jaar voor Christus naar Europa gebracht.

De Byzantijnse en Oud-Christelijke mozaïekkunst leverde in veel paleizen en basilieken bijzondere wand- en plafondversieringen op. Daarna ontstond het idee ook vloeren met mozaïeken te versieren. De Moren vervaardigden later mozaïektegels op een werkbank, om ze vervolgens in het werk aan te brengen. In een soort gipshoudend bindmiddel werden stukjes glas, marmersteentjes en zelfs edelmetalen gedrukt. Hieruit ontstond datgene, wat eeuwen later als terrazzo wordt gekenmerkt.

In de vijftiende eeuw vonden Venetiaanse arbeiders een nieuwe praktische toepassing voor afgekeurd restmateriaal uit de marmergroeve. Ze gebruikten het om de terrassen (terrazzo) rond hun huizen te plaveien. De ongelijke, grillige brokken marmer werden in klei gedrukt om ze te verankeren. Met platte stenen begonnen de arbeiders vervolgens de oneffenheden weg te slijpen. Later werd een speciaal gereedschap, de Galera uitgevonden, waardoor de arbeiders rechtop konden staan bij het polijsten. De Galera bestond uit een lange steel met een verzwaard eind, waaraan de slijpsteen was bevestigd. Het resultaat was echter een bleek, dof uiterlijk. Later ontdekten de arbeiders dat geitenmelk de marmerkleur en glans goed naar boven bracht. Deze werken kregen de naam ‘sul terra terrazza’, wat de Friulaanse term was voor grondwerk. Al spoedig werden deze grondwerkers terrazzeiri genoemd.

In 1824 werd het portlandcement uitgevonden, wat geheel nieuwe mogelijkheden gaf. Als uitvinder van dit cement wordt de metselaar Joseph Aspdin genoemd. Het voorheen gebruikte bindmiddel van leem, weke gips, puzzolaanaarde en traskalk werd afgezworen.

Tegenwoordig wordt terrazzo machinaal geslepen en gepolijst. Het vlakstampen van de marmerkorrels in de klei werd langzaam aan vervangen door het inwalsen en schuren van de vloer. Door verder ontwikkelde technieken is de creatieve vrijheid van terrazzo groter dan die van marmeren vloeren. Er kan gevarieerd worden met vormen en kleuren. De toepassing is daardoor van een goedkope terrasbedekking uitgegroeid tot een decoratieve afwerking en verfraaiing.